 'Bernhard ten Brinke directeur van Bribus Keukens' De meesten onder u kennen hem sinds de TankS Rally 2009 toen Bernhard ten Brinke met een Mitsubishi Evo aan de start verscheen. Tijdens de Euregio Rally verliet Bernhard het podium in een Ford Focus RS WRC als Rallyclinic Dutch Open Kampioen 2009. Maar wie is hij eigenlijk?
Hij is de derde generatie in het familiebedrijf. Halverwege de jaren negentig kwam Bernhard ten Brinke bij zijn vader Bennie in de zaak, om in 2000 het stokje definitief over te nemen. De 32-jarige Achterhoeker is trots op de groei die Bribus zelfs in deze periode van recessie doormaakt.
“De professionaliseringsslag die we hebben ingezet, werpt zijn vruchten af”, aldus Ten Brinke. Een interview met een bevlogen keukenondernemer.
Allereerst proficiat met het tachtigjarig bestaan én het nieuwe pand! “Dankjewel. We zijn er trots op. Het is toch een mooi moment in de geschiedenis van Bribus. Vanuit deze nieuwe omgeving kunnen we een volgende stap zetten in de veranderende markt waarin we ons bewegen.’’
Vijf jaar geleden maakten jullie wereldkundig dat Bribus internationaal zou gaan. Toch zijn jullie op dit moment niet in het buitenland actief? “We zijn daar inderdaad helemaal mee gestopt. Alleen tegen Nederlandse bedrijven die ons benaderen om in het buitenland keukens te zetten, bijvoorbeeld in een vakantiepark, zeggen we niet zo snel nee. Daar hangt ook een Nederlands adres aan. Maar verder zie je Bribus voorlopig niet in het buitenland. We zijn er achter gekomen dat er toch wat nadelen aan kleven. In het buitenland heb je bijvoorbeeld met partners te maken, die ons merk moeten vertegenwoordigen. Dat valt niet altijd mee als je weet hoe centraal wij de klant stellen en wat wij allemaal voor de klant over hebben. Daarom hebben we met de directie die vier jaar geleden is aangetreden - Ton ten Bokum, Wim Diersen en ondergetekende - heel bewust een andere toekomstvisie uitgestippeld. Daarvoor hebben we heel wat brainstormsessies gehouden. Uiteindelijk hebben die geleid tot de beslissing om te kiezen voor onze corebusiness en dat is het bouwen en verkopen van keukens voor de Nederlandse markt.”
Zien jullie hier dan nog voldoende groeimogelijkheden? “Jazeker. Bribus Keukens is groot geworden dankzij business-to-businessklanten, zoals woningcorporaties, beleggers, aannemers, projectontwikkelaars, vakantieparken, voorraadhoudende bedrijven en dealers. We menen dat in dit segment nog zeker groei gerealiseerd kan worden. Daarvoor moest er binnen het bedrijf wel een professionaliseringsslag gemaakt worden. Dat kan met het nieuwe pand, waarin een deel van de productie is verhuisd. De lijnen zijn korter geworden, waardoor we sneller kunnen schakelen. We gaan onze diensten in Nederland de komende jaren zo perfectioneren, dat klanten graag zaken met ons gaan of blijven doen omdat we onze zaakjes goed voor elkaar hebben. De klant heeft bij ons bovendien volop keuze. Heel anders dan enkele jaren geleden het geval was. Bij Bribus kunnen ze tegenwoordig kiezen voor een standaard keuken, maar ook voor de meest luxe keuken die je maar kunt wensen. En alles wat daar tussen valt.”
Is dat stuk keuzevrijheid bij huurders een van de grootste veranderingen in de laatste jaren? “Absoluut. Die ontwikkeling is enorm snel gegaan. Begin negentiger jaren stond in het woningbesluit nog dat er in een huurwoning een wit keukenblokje moest staan van 1,80 meter breed, met twee bovenkastjes en zeven hang- en legkasten. Dat was het! Vijf jaar later mocht de keuken al een kleurtje krijgen en de laatste jaren is de keuzevrijheid volledig. Eigenlijk is nu alles mogelijk en kan de huurder vrijwel iedere keuken uitzoeken die hij wenst. De woningcorporaties gaan daar graag in mee. Want ze willen de woningen verhuren en met een mooie keuken gaat dat nu eenmaal eenvoudiger. Met de nieuwe showroom maken we die keuzemogelijkheden ook zichtbaar. We spelen hier als geen ander in op de keuzevrijheid van de huurder.”
Werken jullie daarom nauw samen met het Keuzecentrum? “Dat klopt. Het Keuzecentrum is een vrij nieuwe formule en gespecialiseerd in het oprichten, faciliteren en exploiteren van woonwinkels voor woningcorporaties. Het Keuzecentrum ontzorgt woningcorporaties bij de toenemende vraag naar keuzevrijheid bij klanten bij de inrichting van een huurwoning en de keuze voor sanitair, tegels en keukens. Er zijn inmiddels vier keuzecentra in Nederland.
”Binnen het aanbod in jullie eigen showroom valt de afdeling Ergoline op.“ Daar hebben we heel bewust voor gekozen. Voor de groep mindervaliden was er op keukengebied niet zoveel mogelijk. Wij hebben daarom een nieuw hoog-laagsysteem laten ontwikkelen en Bribus heeft daar weer een keuken omheen gebouwd. Dat systeem houdt in dat de keuken omhoog en omlaag kan, net als de kastjes daarboven. We hebben hier fors in geïnvesteerd. Met als resultaat dat we naast al het standaardwerk dat er op de markt is, ook een modieuze, ergonomische keuken kunnen aanbieden voor een interessante prijs.’’
Jullie zetten een prachtig nieuw pand neer dat van alle technieken en moderne snufjes is voorzien. Veel collega’s klagen steen en been. Merken jullie niets van de recessie? “Natuurlijk merken wij ook dat er een recessie is. Toch hebben we daar bedrijfsbreed niet veel last van. Van oudsher richt Bribus zich vooral op woningcorporaties. We hebben ons op die doelgroep gefixeerd. Nu zien we dat de verkoop van woningen terugloopt en stellen banken strengere eisen aan hypotheken. Met als gevolg dat de koopmarkt het moeilijk heeft, maar de huurmarkt het eigenlijk gewoon goed doet. En juist in die markt zijn wij actief. Dat betekent dat ook wij het goed doen. We richten ons dus op de juiste doelgroep. En natuurlijk verkopen we ook keukens aan particulieren met een koopwoning. Maar dat percentage is kleiner.’’
Hoeveel keukens gaan hier per jaar de deur uit? “We produceren er jaarlijks ongeveer 48.000. Dit aantal groeit gestaag. We timmeren steeds nadrukkelijker in heel Nederland aan de weg.”
Tachtig jaar Bribus. Dat moet een trots gevoel geven? “Jazeker. De wortels zijn gelegd door opa, mijn vader heeft de boom laten groeien en de takken en bladeren hang ik er samen met het directieteam en de medewerkers aan. We zijn volgens mij een goede weg ingeslagen. We willen de komende jaren de puntjes op de i zetten. Dat doen we met het nieuwe pand. Daarnaast investeren we constant in het bedrijf, de klanten en het product. Vooral dat product is flink veranderd. Er staat nu een totaal ander assortiment. Toen ik in de onderneming kwam, produceerden we een standaardblokje en hoekkeukentje. We hadden alles op een standaardplint en in apparaten kenden we twee keuzes. Dat is nu niet meer denkbaar. We zijn nu een volwaardige keukenleverancier, die nog steeds een standaard keukenblokje kan leveren, maar ook een massief houten keuken voorzien van alle luxe. In het kielzog van het product is ook het bedrijf veranderd. We begonnen alseenvoudige productiefirma met twee handboormachines. Nu hebben we in de fabriek geautomatiseerde straten staan, waar robots hun werk doen. In alle geledingen zijn we ontwikkeld. Daar ben ik trots op. Ik denk dat we nooit uit ontwikkeld zijn. Je weet nooit wat er op je pad komt.
Toen ik in 1996 in de zaak kwam zei ik ‘als ik dat en dat gerealiseerd heb, ben ik de eerste vijf jaar wel klaar’. Maar er komt altijd wel weer iets nieuws op je pad. Je bent nooit klaar. Ik weet ook niet wat er over tien jaar gebeurt. Dat zien we dan wel weer! Eerst genieten we van dit moment…” |